Begin 1970 stond BRM op een keerpunt. Het team uit Bourne had sinds Jackie Stewarts overwinning in Monaco 1966 geen Grand Prix meer gewonnen. De oude V16 was al lang vergeten, de H16 was een mislukking gebleken, en de jaren erna waren een aaneenschakeling van middelmatige uitslagen. Tony Southgate, vers binnengehaald als ontwerper, kreeg één opdracht: maak een auto die het team weer vooraan brengt.
Wat hij tekende was de P153 — een lage, hoekige monocoque met BRM's eigen 3,0-liter V12 erachter. Het team debuteerde met de wagen aan het begin van 1970 nog wel onder de oude naam Owen Racing Organisation, in de klassieke donkergroene BRM-livery. Maar al vroeg in het seizoen kwam de cosmeticakoning 'Yardley of London' met een sponsorcontract. De auto kreeg een nieuwe livery in wit-rood met een goud accent, en het team werd Yardley Team BRM — voor het bedrijf een breuk met de geschiedenis en tegelijk een nieuwe start. Pedro Rodríguez kwam terug naar het team waar hij in '68 al een keer had gereden, nu aan de zijde van Jackie Oliver.
Spa-Francorchamps was in 1970 nog de oude versie: 14,1 kilometer door de Ardennen, met snelheden ver boven de 300 km/u over Burnenville en Masta. Het was berucht en gevaarlijk — Stewart had het na zijn eigen ongeluk daar in '66 jarenlang openlijk bekritiseerd en gelobbyd voor verandering. Niemand wist het op dat moment, maar dit zou de laatste Formule 1-race ooit op het oude tracé worden. Vanaf 1971 stond Spa niet meer op de kalender en pas in 1983 keerde de F1 terug — op een kortere, veiligere lay-out.
Op 7 juni startte Rodríguez als zesde. In de eerste ronde reed hij zich naar voren — ronde vier lag hij tweede, achter Chris Amon in de March 701. In ronde zes pakte hij Amon op het rechte stuk vóór Stavelot en nam de leiding. Wat volgde was een achtervolging van anderhalf uur waarin Amon nooit meer dan een paar tellen achter hem zat. Pedro klokte een ronde van 3 minuten 30,8 seconden — een gemiddelde van 241 km/u, het snelste in de geschiedenis van de Formule 1 tot dan toe. Aan de finish kwam hij 1,1 seconde vóór Amon over de streep.
Het was BRMs eerste overwinning in vier jaar, en bovenal — al wist niemand het op dat moment — Pedro Rodríguez' laatste in de Formule 1. Hij eindigde dat seizoen nog tweede in Watkins Glen (waar zijn auto bijna zonder brandstof over de finish kwam) en vierde in Oostenrijk. Op 11 juli 1971 verongelukte hij in Norisring tijdens een Interserie-race, in een Ferrari 512M die ineens een wiel verloor. Hij was toen 31.
Dit model staat in Han's vitrine als monument voor een coureur uit een tijdperk waarin Formule 1 nog rauw was, gevaarlijk, en bovenal een sport voor wie het echt durfde. Pedro durfde. En op 7 juni 1970 was hij de snelste van allemaal.