BRM stond aan het begin van 1972 op een tweesprong. Het Britse team had jarenlang een eigen motor gebouwd — een eigenzinnige 3.0-liter V12 die op papier indrukwekkend was, maar in de praktijk net altijd iets miste in betrouwbaarheid en vermogen vergeleken met de alom gerespecteerde Cosworth DFV. Voor het seizoen 1972 had teambaas Louis Stanley een primeur binnengehaald: Marlboro tekende als hoofdsponsor, de eerste sigarettenfabrikant ooit die een F1-team financierde. Met dat geld liet Stanley vijf, soms zes auto's tegelijk inschrijven, een mengsel van P153's, P160B's en de nieuwe P180's. Het was een team dat in alle richtingen tegelijk werkte.
Beltoise kwam over van Matra. Hij was de Franse hoop — een ex-motorrijder die in 1964 in Reims een zwaar ongeluk had gehad waardoor zijn linkerarm permanent verzwakt was. Hij reed met één goede en één halve arm, en weigerde dat als excuus te accepteren. Bij BRM kreeg hij nummer 17 en de P160B, de doorontwikkelde versie van de auto die Pedro Rodríguez het jaar daarvoor zo briljant had bestuurd — tot aan zijn dodelijk ongeluk op de Norisring. De P160B was niet wezenlijk anders dan het origineel: nieuwe ophanging, andere brandstoftanks, een paar honderd gram lichter. Aanpassingen waarmee Tony Southgate de auto stilletjes sneller had gemaakt.
Het seizoen begon dramatisch. Argentinië miste hij door technische problemen; Zuid-Afrika reed hij naar een uitvalbeurt; Spanje hetzelfde. Dan, op 14 mei, Monaco. Op zondagochtend opende de hemel zich boven Monte Carlo en de organisatoren overwogen heel even om uit te stellen. De race ging echter door. Beltoise had de derde startrij gepakt en in de eerste meters, op het spekgladde asfalt richting Sainte Devote, dook hij van plek vier naar plek één. Daar bleef hij. tachtig ronden, twee uur en zesentwintig minuten lang, voor de neus van Jacky Ickx — die als regenrijder bekend stond — en daarachter Fittipaldi. Eén keer, bij Portier, brak de achterkant uit. Hij ving hem open reed door.
Het was BRM's enige overwinning van dat seizoen en ook hun laatste in de Formule 1. De rest van het jaar zou bij Beltoise vooral lage klasseringen en uitvalbeurten scoren — vijftiende in Frankrijk, elfde in Engeland, negende in Duitsland, achtste op de Österreichring, achtste in Monza. Negen punten in totaal, allemaal gescoord op die ene middag in Monaco. Hij eindigde elfde in het wereldkampioenschap. Voor BRM was het zevende constructeursplaats te bescheiden voor wat het team ooit was geweest; voor Beltoise was Monaco het hoogtepunt uit zijn F1 carrière. Hij zou nooit meer winnen.
Dit model in Han's collectie draagt het Marlboro-rood-wit, het brede nummer 17, en de losse Heuer-, BP- en Firestone-stickers van het seizoen. De achtervleugel staat scherp omhoog — Monaco-afstelling. Het is een stille herinnering aan een race die nooit had moeten kunnen, en die toch werd gewonnen.