Lord Alexander Hesketh was 23 jaar, schatrijk uit een erfenis en wilde graag in de Formule 1 racen. Hij begon zelf — zonder succes. Toen hij doorhad dat hij niet snel genoeg was, huurde hij James Hunt in, een Engelse upper-class playboy met een handvol Formule 3-resultaten en geen contract. Samen schreven ze zich in voor het seizoen 1973. Iedereen lachte hen uit!
Twee jaar later lachte niemand meer. Op 22 juni 1975, in Zandvoort, won James Hunt de Nederlandse Grand Prix in een Hesketh — een team dat geen enkele sponsor op de auto had. Niet één logo. Het was hun eerste GP-zege en het werd ook hun laatste.
De Hesketh 308B was de doorontwikkeling van Harvey Postlethwaite's eigen ontwerp. Geen revolutie, gewoon een gedegen, licht chassis met een gewone Cosworth DFV. Wat Hesketh anders maakte was de mentaliteit — geen sponsoreisen, geen marketing-tour, geen vergaderingen. Lord Hesketh betaalde alles uit eigen zak, het feest stond voorop. Hunt mocht laat opblijven, mocht naar de pub, mocht zichzelf zijn.
Maar 1975 was het einde. Hesketh's persoonlijke fortuin raakte op — F1 was simpelweg te duur om zonder sponsors te doen. Eind '75 vertrok Hunt naar McLaren, om de plaats in te nemen van Emerson Fittipaldi. Een jaar later, in 1976, werd Hunt wereldkampioen met McLaren. Het seizoen waarover Ron Howard later de film 'Rush' zou maken — met Niki Lauda's bijna-fatale crash op Nürburgring en Hunt's titel in het regen op Fuji. Maar dat is een ander verhaal.
Hesketh Racing reed nog door tot 1978, met coureurs die zich inkochten en steeds minder middelen. Lord Hesketh stopte ermee toen het geld op was. Hij verkocht zijn fabriek aan Frank Williams — die er Williams Grand Prix Engineering in vestigde. Letterlijk: de FW07 die Regazzoni in 1979 voor Williams naar de eerste zege reed, werd gebouwd in Hesketh's voormalige fabriek.