Hesketh Racing was in 1975 nog de zelfingenomen, in lila gekleurde clown van het F1-paddock — Lord Alexander Hesketh's privé-team, dat zonder sponsorlogo's reed en James Hunt liet rijden in een 308B die ontworpen was door de jonge ingenieur Harvey Postlethwaite. Wat minder bekend is: het chassis 308-1, de eerste van die generatie, werd al snel verkocht. Eigenaar werd Harry Stiller, een Brit die aan onroerend goed zijn fortuin verdiende en zijn eigen team kocht om Alan Jones — een 28-jarige Australiër zonder F1-ervaring — een kans te geven. De auto kreeg de blauw-rode kleuren van Custom Made, een Britse herenmodezaak en startnummer 26.
Jones' eerste Grand Prix was Spanje, op het Montjuïc-circuit in Barcelona —Een zeer zwarte dag uit de F1 geschiedenis. De vangrails waren slecht bevestigd, coureurs hadden gedreigd te boycotten in lap 26 vloog Rolf Stommelen's auto over de rails de tribune in. Vijf toeschouwers stierven. De race werd afgevlagd. Jones zag het van een afstand. Drie weken later stond hij op de startgrid van Monaco — de zee aan zijn linkerhand, de prinses Caroline op de eretribune en de hele paddock nog zwaar onder de indruk van Stommelens dood. Hij kwalificeerde als achttiende. De allerlaatste startplek.
Op die zondag opende de hemel zich. Monaco werd nat, maar gedurende de race werd het droog — Niki Lauda pakte vanaf pole de leiding en hield die tachtig minuten lang vast. Jones, ergens in het peloton, vocht zich wat naar voren. In ronde 61 — vijftien voor het einde — hoorde hij iets vreemds aan de auto. Een wiel was los geraakt. Hij liet 'm veilig uitrollen. Lauda won met 2.78 seconden voor Fittipaldi.
Het was, achteraf gezien, een ongelukkig kort hoofdstuk. Stiller stopte na vier races — Spanje, Monaco, België, Zweden — en verhuisde naar het buitenland om persoonlijke redenen. Jones werd direct opgepikt door Graham Hill's Embassy Hill-team, dat na Stommelens blessure een vervanger zocht. Hij scoorde daar een vijfde plek op de Nürburgring. Een jaar later reed hij voor Surtees, in 1977 voor Shadow, en in 1978 voor het team waarvoor hij in 1980 de wereldtitel zou winnen: Williams. Maar met deze auto en dit chassis en op dit circuit — daar begon alles mee.
Dit model in Han's vitrine draagt de Custom Made-kleuren met de Goodyear- en Duckhams-stickers van het seizoen, nummer 26 op de neus en het BRG-tinted Hesketh-front. De achtervleugel staat scherp omhoog — Monaco-afstelling. Het is, eigenlijk één van de meest onderschatte coureurs van de jaren zeventig.