In juni 1999 kocht Ford het team van Jackie Stewart, voor zo'n honderd miljoen pond. Drie maanden later had het een nieuwe naam. Stewart Grand Prix werd Jaguar Racing, de witte auto met de Schotse tartan werd British Racing Green, met de springende jaguar over de de achterzijde. De fabriek in Milton Keynes bleef dezelfde, net als de mensen en de Cosworth-motor. Alleen het geld kwam nu uit Detroit.
Ford wilde meteen een naam. Die vond het bij Ferrari. Eddie Irvine had in 1999 de wereldtitel bijna gewonnen: toen Michael Schumacher in Silverstone zijn been brak, werd Irvine de kopman van Maranello. Hij won vier races en verloor het kampioenschap in Suzuka op slechts twee punten van Mika Häkkinen. Jaguar betaalde hem naar verluidt vijftien miljoen dollar per jaar. Naast hem bleef Johnny Herbert, die in 1999 op de Nürburgring de enige zege van Stewart had binnengehaald.
De R1 was in feite een doorontwikkelde Stewart SF-3, getekend onder Gary Anderson. Achterin zat de Cosworth CR-2, een V10 van ongeveer 805 pk. In de kwalificatie was de auto soms verrassend snel, maar in de races ging het mis. De versnellingsbak was onbetrouwbaar en het racetempo viel tegen. Daarbij botste de cultuur in Milton Keynes met de bureaucratie van Ford. Anderson had er duidelijk moeite mee.
Irvine viel in de eerste twee races uit. De eerste punten kwamen pas in de zevende race, in Monaco. Hij startte als tiende. Terwijl voor hem de ene auto na de andere uitviel, reed hij foutloos door. Michael Schumacher leidde tot ronde 55, toen een gescheurde uitlaat de ophanging van zijn Ferrari aantastte. David Coulthard won en Irvine werd vierde met ruim een minuut achterstand. Het waren de eerste WK-punten in de geschiedenis van Jaguar.
Daarna bleef het stil. In Oostenrijk stond Irvine niet aan de start door een blindedarmontsteking. Luciano Burti nam zijn plek in. Pas in de laatste race, in Maleisië, scoorde hij weer: zesde, één punt. Herbert, in zijn laatste Formule 1-seizoen, haalde geen enkel punt en eindigde zijn loopbaan in Sepang met een harde crash door een gebroken ophanging. Jaguar werd negende bij de constructeurs, met vier punten. Alleen Minardi en Prost deden het slechter.
Mijn model is van Hot Wheels in 1:43: nummer 7, metallic groen met wit, HSBC op de flanken en Irvine's naam bij de cockpit. Op de zijpods staat Best's in plaats van Beck's, zoals de auto reed waar alcoholreclame verboden was. Ik kocht hem in 2020. In mijn register staat er kort bij: was team Stewart Ford. Daarom staat hij in mijn vitrine niet ver van de witte Stewart van Jos Verstappen. Maar wat het nog veel mooier maakt. Het huidige Red Bull van zoon Max Verstappen is feitelijk de doorontwikkleing van Stewart Ford waar ook deze Jaguar uit is voortgekomen.