Aan het begin van 1995 was Ligier al lang niet meer het trotse Franse team van Guy Ligier zelf. Flavio Briatore, de baas van Benetton, had een groot deel van de aandelen gekocht — en vooral de Renault-motoren waar Ligier recht op had. Die gingen naar Benetton, waar Michael Schumacher er dat jaar zijn tweede wereldtitel mee zou winnen. Ligier kreeg in ruil de Mugen-Honda V10 die Lotus na zijn ondergang had achtergelaten. In de loop van het seizoen verkocht Briatore zijn belang door aan Tom Walkinshaw, de technisch man van Benetton. Het team uit Magny-Cours was in alles een satelliet geworden.
Dat zag je ook aan de auto. Frank Dernie en Loïc Bigois tekenden de JS41, maar wie hem naast de Benetton B195 zette, zag nauwelijks verschil: dezelfde neus, dezelfde zijkanten, zelfs dezelfde dwarsgeplaatste zesbak. In de paddock werd er hardop over gesproken. Alleen het blauw van Gitanes, de Franse vlag op de neus en het brullen van de Japanse V10 vertelden dat dit iets anders was.
Olivier Panis, geboren in Oullins bij Lyon, reed in 1995 pas zijn tweede seizoen. Hij was in 1993 kampioen geworden in de Formule 3000 bij DAMS en had in zijn debuutjaar meteen een podium gehaald in Hockenheim. In de JS41 kreeg hij het nummer 26. De andere auto, nummer 25, werd gedeeld door Martin Brundle en Aguri Suzuki — die laatste op aandringen van Mugen. Panis reed een rustig, constant seizoen: zesde in Spanje, vierde in Canada, vierde op Silverstone, zesde in Hongarije, vijfde in Suzuka. Elke keer een paar punten, nooit spectaculair.
Toen kwam Adelaide, 12 november 1995. Het was de laatste Grand Prix op het stratencircuit voordat de race naar Melbourne verhuisde, en er stonden 210.000 mensen langs de baan. Panis startte als twaalfde. Voor hem viel de ene auto na de andere uit: Coulthard in de pitstraat, Schumacher en Alesi na een botsing, Herbert met een kapotte aandrijfas. Ronde na ronde schoof de blauwe Ligier op, tot hij tweede lag achter Damon Hill. Vlak voor het einde begon de Mugen-motor olie te verliezen. Panis werd in een wolk van rook voor de tweede keer gelapt door Hill, maar hij hield de auto heel. Hij finishte als tweede, twee ronden achter de winnaar. Er kwamen die dag maar acht auto's over de streep.
Die zes punten maakten zijn seizoen. Panis eindigde als achtste in het kampioenschap met zestien punten, Ligier werd vijfde bij de constructeurs. Een jaar later zou hij in de regen van Monaco met de opvolger, de JS43, de laatste overwinning in de geschiedenis van Ligier binnenhalen. Adelaide was de eerste aanwijzing dat hij dit in zich had.
Het model in mijn vitrine is een Minichamps, met de rode Kickers-letters op de voorvleugel, Foxey op de zijkant en de gele Ligier-figuur met de opgeheven arm. ik vond hem op Marktplaats. Een Franse auto, een Japanse motor, een Italiaans-Britse eigenaar — en een Fransman die er het beste uit haalde.