Begin jaren zeventig was Frank Williams een klantenteam. Hij kocht of huurde auto's van anderen — o.a March — en reed daarmee mee aan de achterkant van het veld, vaak op de rand van het faillissement. Wat hij wilde was iets anders: constructeur worden, met een auto die zijn eigen naam droeg. Eind 1971 vond hij het geld. De Italiaanse modelauto- en speelgoedfabrikant Politoys legde zo'n £40.000 op tafel in ruil voor de titelsponsoring. Daarmee kon Williams voor het eerst een eigen chassis laten bouwen.
Het ontwerp ging naar Len Bailey, een Britse ingenieur die naam had gemaakt met de Ford GT40 — de auto die Le Mans had gewonnen. De FX3 die hij tekende was geen revolutie en dat hoefde ook niet. Het was een keurig, conventioneel monocoque-ontwerp rond de alom beproefde Cosworth DFV V8 en een Hewland FG400-versnellingsbak: precies de combinatie waarmee half het veld reed. Geen experiment, maar een betrouwbaar fundament. Williams wilde geen wonderauto — hij wilde een auto die van hém was.
Achter het stuur zat Henri Pescarolo, met nummer 24 op de neus. De Fransman — opgeleid tot arts, al een gevierd langeafstandsrijder, die later viermaal Le Mans zou winnen — was de vaste coureur van het team, dat dat jaar inschreef als Team Williams Motul. De FX3 was pas klaar voor de Britse Grand Prix, halverwege het seizoen. Op Brands Hatch kwalificeerde Pescarolo de gloednieuwe auto als 26e, ruim vijf seconden van de pole-tijd. In de race kwam hij niet ver: na zeven ronden brak er iets in de besturing en werd de auto de vangrail in geslingerd. Zwaar beschadigd, debuut voorbij.
De ploeg lapte de auto weer op voor Monza, maar in de vrije training ontstonden transmissieproblemen en werd de FX3 teruggetrokken. Pescarolo reed de rest van het jaar daarom in de oude, vertrouwde March 721. De FX3 zelf kwam in 1972 nog maar één keer in actie: Chris Amon reed hem aan het eind van het seizoen in de niet-WK Victory Race op Brands Hatch. Eén crash, één terugtrekking, één onofficiële F1 race — meer zat er dat eerste jaar niet in.
En tóch telde het. Voor 1973 werd de auto herbouwd en omgedoopt tot Iso-Marlboro FX3B, met nieuwe sponsors en aangescherpte regels voor kreukelzones. De lijn die in dat donkerblauwe, kwetsbare wagentje werd ingezet, liep onafgebroken door naar de Williams die later wereldkampioenschappen zou stapelen. Dit model is geen monument voor een overwinning. Het is het tegenovergestelde: het begin, voordat iemand wist dat dit het een begin was.