Toen Alain Prost begin 1997 het Franse Ligier overnam, was dat meer dan een zakelijke transactie. Viervoudig wereldkampioen, nationale held, en nu teambaas van de enige Franse renstal in de Formule 1 — het land had er een verhaal bij. De auto's kregen het blauw van Frankrijk en zijn eigen naam op de neus. Vier jaar later was daar weinig van over.
Voor 2001 gooide Prost het roer om. De Peugeot-motoren gingen eruit en er kwam een Ferrari V10 voor in de plaats — de Tipo 049, dezelfde blokken waarmee Michael Schumacher het jaar daarvoor zijn eerste titel voor Ferrari had gepakt. Op papier was dat een sprong vooruit van jewelste. Omdat computerfabrikant Acer als hoofdsponsor tekende, werden de motoren omgedoopt tot Acer 01A: 3.0 liter, 825 pk bij 17.300 toeren. De AP04 werd getekend door technisch directeur Henri Durand, hoofdontwerper Jean-Paul Gousset en aerodynamicus Loïc Bigois, en reed op de Michelins die dat jaar terugkeerden in de sport.
Het probleem was niet de auto. Het was het geld. De motordeal met Ferrari kostte handenvol, de sponsorinkomsten bleven achter, en het seizoen werd één lange stoelendans. Aan de start zaten Jean Alesi en de Argentijn Gastón Mazzacane. Na vier races was Mazzacane weg en kwam Luciano Burti over van Jaguar. Na de Britse Grand Prix liep het tussen Alesi en Prost helemaal spaak; Alesi vertrok na Hockenheim naar Jordan, en Heinz-Harald Frentzen — daar net ontslagen — kwam de andere kant op. In Monza debuteerde de Tsjech Tomáš Enge als vijfde coureur van het jaar. Vijf man in één seizoen, in een team dat er twee nodig had.
Alesi reed twaalf races in de AP04 en finishte ze alle twaalf. Dat is voor een auto uit het achterste middenveld een prestatie op zich. Drie keer kwam hij in de punten: zesde in Monaco, vijfde in Canada, en zesde in Duitsland — zijn laatste race voor het team. Vier punten in totaal, en dat waren meteen álle punten die Prost Grand Prix dat jaar bij elkaar reed. Negende plaats bij de constructeurs.
Op 28 januari 2002 werd het team failliet verklaard, met een schuld van zo'n dertig miljoen dollar. De inventaris ging onder de hamer. Prost Grand Prix heeft nooit meer een Grand Prix gereden, en Frankrijk heeft sindsdien geen eigen Formule 1-team meer gehad.
Het model in Han's vitrine is de auto van Alesi, nummer 22, in het diepe Acer-blauw met de rode neusflank van Adecco en het PSN-logo op de sidepods. Een Minichamps in 1:43, gekocht in 2020 voor negen euro. Han noteerde er in zijn register één regel bij, en die vat het seizoen beter samen dan welk naslagwerk ook.