John Surtees — de enige man die ooit wereldkampioen werd op zowel twee als vier wielen — runde zijn eigen F1-team vanuit een werkplaats in Edenbridge, Kent. Begin 1976 had hij een nieuw chassis klaar, de TS19, ontworpen door hemzelf en zijn vaste tekenaar Ken Sears. Een lichte aluminium monocoque, een Cosworth DFV achterin, een Hewland-vijfbak ertussen. Niets revolutionairs, maar wel licht en behendig. Wat ontbrak was geld. Surtees vond het — bij een sponsor die niemand anders durfde te accepteren.
London Rubber Company, fabrikant van Durex-condooms, was op zoek naar zichtbaarheid op een markt die net was opengebroken: de Britse wet stond sinds een paar jaar reclame voor anticonceptie toe en de Formule 1 was het meest internationale podium dat denkbaar was. De deal werd getekend. Op de TS19 verschenen "DUREX" en "LONDON" in vette letters — over de neus, op de zijkanten, op de achtervleugel. Toen het seizoen in maart begon met de niet-WK Race of Champions op Brands Hatch, kondigde de BBC aan dat de uitzending niet doorging. Officieel vanwege "de onaanvaardbare hoeveelheid reclame op de auto's". Niemand geloofde dat. Het ging om Durex.
Alan Jones was een Australische coureur die Surtees voor het zitje had gestrikt. Een jaar eerder had hij in een tweedehands Hesketh voor Harry Stiller zijn F1-debuut gemaakt; daarna bij Embassy Hill een vijfde plaats op de Nürburgring gescoord. Op Brands Hatch leidde hij de Race of Champions tot halverwege en finishte tweede achter James Hunts McLaren. Het was genoeg voor Surtees om hem voor de rest van het seizoen vast te leggen — al ging het al snel rommelen tussen teambaas en coureur. Surtees was gewend overal commentaar op te hebben; Jones was niet iemand die zich liet bevelen.
Veertien WK-races deed Jones in de TS19. De resultaten waren bescheiden: twee vijfde plaatsen (België en Groot-Brittannië), telkens twee punten. De seizoenshoogtepunten kwamen pas in oktober — in Watkins Glen een achtste plek, in Fuji een vierde in een natte race vol drama waarin Hunt zijn wereldtitel veiligstelde. In totaal zeven punten, plek veertien in het kampioenschap. Surtees eindigde tiende bij de constructeurs. Geen seizoen waarmee je een coureur lanceert — behalve dat het dat wél deed. Want in de paddock was opgevallen dat Jones, met middelmatige techniek, consequent verder kwam dan verwacht. Een jaar later zat hij bij Shadow. Het jaar erna bij Williams. En in 1980 werd hij wereldkampioen.
Dit model in de vitrine toont de TS19 in zijn meest karaktervolle fase: het lichte chassis, de smalle neus, de uitgesproken witte basislivery met diagonale rood-blauwe banen, het brede nummer 19, en — voor wie goed kijkt — de Durex- en London-belettering op de achtervleugel. Op de zijkant staat met de hand geschreven "Alan Jones". De Goodyear-banden zitten strak op de standaard, de Fina-sticker zit boven het voorwiel. Het is geen winnende auto. Het is een seizoen waar weinig mensen omheen kunnen — niet vanwege de resultaten, maar om wat de auto in de pers losmaakte. En dat ook nog eens met een coureur, die een paar jaar later furore zou maken.