Frank Williams had er lang op moeten wachten. Jarenlang runde hij een team dat op de rand van faillissement balanceerde, met tweedehands auto's en telkens weglopende sponsoren. Het keerpunt kwam eind jaren zeventig, toen hij twee dingen binnenhaalde die alles veranderden: geld uit het Midden-Oosten — Saudia, de Saoedische luchtvaartmaatschappij, samen met Albilad, TAG en Dallah Avco — en een ingenieur die Patrick Head heette. Head begreep het grondeffect, de aerodynamische revolutie die Lotus had ontketend en implementeerde dat bij de FW07.
In 1979 leverde die auto Williams de eerste Grand Prix-zeges ooit op. Maar 1979 was slechts de generale repetitie. Voor 1980 verscherpte Head het ontwerp tot de FW07B: stijvere ophanging, verbeterde grondeffect-tunnels en de betrouwbaarheid om een heel seizoen mee te gaan. Onder de motorkap lag nog altijd de aloude Ford Cosworth DFV — een 3.0-liter V8 die inmiddels door iedereen werd gebruikt, maar die in de handen van Williams net iets beter werd ingezet dan bij de rest.
In de cockpit van nummer 27 zat Alan Jones, een Australiër met de fysieke onverzettelijkheid van een bokser. Hij reed hard, hij klaagde niet en hij was precies het type coureur dat Frank Williams zocht. Naast hem, in no. 28, de elegante Argentijn Carlos Reutemann. Het seizoen begon meteen goed: Jones won de openingsrace in Argentinië, ondanks dat hij tweemaal spinde. Wat volgde was een lange tweestrijd met de jonge Nelson Piquet in de Brabham.
Het kantelpunt kwam midzomer. In Frankrijk en op Brands Hatch won Jones twee races achter elkaar en greep hij de leiding in het kampioenschap. Vanaf dat moment liet hij die niet meer los. In Canada, bij de voorlaatste race, viel Piquet uit met een kapotte motor terwijl Jones naar de zege reed — genoeg om de wereldtitel met nog één race te gaan al veilig te stellen. Voor de vorm won hij ook nog de seizoensafsluiter op Watkins Glen. Vijf overwinningen, de coureurstitel en voor Williams de allereerste constructeurstitel.
Het was het begin van een dynastie. Williams zou in het decennium erna nog meermaals kampioen worden, maar 1980 blijft het jaar waarin het allemaal begon — de eerste 'kroon', gepakt met een gebalde vuist. Dit model in mijn collectie draagt de onmiskenbare wit-groene Saudia-livery, het brede nummer 27 en de Leyland-sticker op de neus: een miniatuur van de auto die een klein Engels team voorgoed op de kaart zette.