De Williams FW11B was in 1987 simpelweg de auto om te verslaan. Het was de doorontwikkelde versie van de FW11 waarmee Williams-Honda het jaar daarvoor de constructeurstitel had gepakt maar wel de coureurstitel op de valreep had verspeeld. Voor 1987 verfijnden Patrick Head en Frank Dernie het chassis rond Honda's RA167E — een 1,5-liter V6 turbo die in kwalificatietrim tot ruim duizend pk kon leveren! Het team won negen van de zestien races en veroverde moeiteloos zijn tweede constructeurstitel op rij.
Binnen dat team woedde de échte strijd. Nigel Mansell was de spectaculaire aanvaller, de man van de pole-tijden en de gewaagde inhaalacties — hij won zes Grands Prix. Nelson Piquet was zijn tegenpool: berekenend, geduldig, meester in wat hij zelf zijn "percentagerijden" noemde. Waar Mansell op de limiet reed, verzamelde Piquet podiumplaatsen. Van Detroit tot Portugal stond hij race na race op het schavot — meestal als tweede, precies genoeg om de titel binnen te slepen.
Dat het Piquet zoveel moeite kostte om die tweede plaatsen te rijden, wist vrijwel niemand. Tijdens de training voor de Grand Prix van San Marino verongelukte hij zwaar bij de beruchte Tamburello-bocht op Imola. Hij mocht niet starten. Die klap kostte hem naar eigen zeggen zo'n tachtig procent van zijn dieptezicht; het hele seizoen lang bezocht hij in het geheim om de twee weken een ziekenhuis in Milaan, bang dat het team hem uit de auto zou halen als zij waarheid kende. Toch bleef hij scoren.
Zijn drie overwinningen kwamen op de momenten die telden. In Duitsland en Hongarije profiteerde hij van pech bij Mansell; in Italië liet hij zijn klasse zien. Op Monza debuteerde Williams' nieuwe reactieve — actieve — ophanging. Piquet pakte de pole, kon met minder vleugel rijden en was op de rechte stukken ruim vijf mijl per uur sneller dan Mansell. Toen Senna acht ronden voor het einde bij de Parabolica wijd ging, was de zege binnen.
De ontknoping kwam in Japan. Mansell crashte in de training op Suzuka en raakte geblesseerd — daarmee was de titel wiskundig beslist in Piquets voordeel, met nog twee races te gaan. Piquet, nog altijd herstellende van de klap op Imola, liet Suzuka en Adelaide schieten. Zijn derde wereldtitel was een feit, na 1981 en 1983.
Het was ook het einde van een tijdperk. Honda kondigde tijdens de Italiaanse Grand Prix aan dat het zijn turbomotoren vanaf 1988 aan McLaren en Lotus zou leveren en Williams na vier jaar zou verlaten. Dit model in mijn vitrine draagt de Canon-livery met het brede nummer 6 — het stille bewijs van een kampioenschap dat met verstand werd gewonnen, niet door bravoure.