De FW14B was geen nieuwe auto, maar de perfectie van een bestaande. Adrian Newey had de FW14 een jaar eerder getekend, onder de technische leiding van Patrick Head, en het onderstel was toen al aerodynamisch briljant. Wat de auto voor 1992 tot een klasse apart maakte, zat in de elektronica: een volledig actieve vering — voor én achter — die de auto onder alle omstandigheden op de ideale rijhoogte hield, gekoppeld aan een halfautomatische zesbak, tractiecontrole en heel even zelfs ABS. Waar coureurs elders nog vochten met hun machine, kon Mansell zich concentreren op puur rijden.
Onder de motorkap lag de Renault RS3C, een 3,5-liter V10 waarvan de ontwikkeling door Bernard Dudot werd geleid. Krachtig, betrouwbaar en soepel — de perfecte partner voor Newey's chassis. In de blauw-geel-witte Camel-livery, met Canon op de flanken en Labatt's op de neus, werd de FW14B het meest herkenbare silhouet van het vroege jaren-negentig F1. En vooraan reed nummer 5: rood, breed, onmiskenbaar. Red Five.
Het seizoen werd een demonstratie. Mansell won de eerste vijf races op rij — Kyalami, Mexico-Stad, Interlagos, Barcelona, Imola — een record. Hij pakte dat jaar veertien poles uit zestien races, óók een record. Waar de concurrentie hoopte op een zwak moment, kwam het simpelweg niet. Op 16 augustus, in Hongarije, was het al klaar: een tweede plaats achter Senna volstond om met nog vijf races te gaan wereldkampioen te worden. De eerste Britse titel sinds James Hunt in 1976 — en tegelijk de constructeurstitel voor Williams-Renault.
Aan het eind stonden er negen overwinningen op de teller, de eerste keer ooit dat een coureur er negen in één seizoen won, en 108 punten. Toch eindigde het jaar wrang: over het salaris en de komst van Alain Prost liep Mansell vast met het team, en de kersverse kampioen vertrok naar de Amerikaanse IndyCar — die hij in zijn debuutjaar meteen ook zou winnen. Zijn afscheid van de Formule 1 kwam op het hoogtepunt.
Dit 1:43-model in Han's vitrine draagt de complete Camel-Canon-Labatt's-tooi, het brede rode nummer 5 en de hoge achtervleugel met de rode Labatt's-esdoorn. Het is de auto zoals Mansell hem dat jaar bereed: technisch superieur, visueel iconisch, en onlosmakelijk verbonden met de enige wereldtitel van een van de populairste coureurs die de sport ooit kende.