Juan Pablo Montoya kwam begin 2001 naar de Formule 1 met een reputatie die groter was dan zijn rugnummer. In Amerika had hij in twee jaar tijd het CART-kampioenschap en de Indy 500 gewonnen, en Frank Williams had hem al in 1998 vastgelegd om hem daarna nog twee jaar uit te lenen. Toen hij eindelijk kwam, deed hij in zijn derde race wat niemand deed: in Brazilië haalde hij Michael Schumacher aan de buitenkant in en reed van hem weg — tot Jos Verstappen, een ronde achter, hem van achteren raakte.
Zo ging het seizoen verder. De FW23 was snel, zeker op de circuits waar de BMW-motor het verschil maakte: 880 pk uit een V10 die tot 18.000 toeren draaide, op de Michelins die dat jaar terugkeerden. Maar hij was ook breekbaar. Ralf Schumacher won vier races, Montoya viel er elf keer uit — Australië, Maleisië, Brazilië, Imola, Oostenrijk, Monaco, Canada, Frankrijk, Hockenheim, Spa, Indianapolis. Vaak vanaf een goede positie, drie keer vanaf pole.
Monza was anders, en niet alleen voor hem. Het was 16 september 2001, vijf dagen na de aanslagen in New York en Washington. Ferrari had de rode neuzen zwart gespoten en alle sponsornamen van de auto's gehaald. Michael Schumacher had de coureurs bij elkaar geroepen en wilde een afspraak: niet inhalen in de eerste twee chicanes, uit respect en uit angst. Het lukte niet; Flavio Briatore en anderen weigerden mee te gaan. En de dag ervoor, op de Lausitzring, had Alex Zanardi bij een CART-race beide benen verloren. Niemand had zin in deze race.
Montoya stond op pole, 1:22.216, en leidde de eerste acht ronden. In ronde negen kreeg hij een blaar op een achterband, kwam traag uit de chicane en liet Rubens Barrichello voorbij. Ferrari koos voor twee pitstops, Williams voor één. Toen Barrichello in ronde 42 voor de tweede keer naar binnen ging, nam Montoya de leiding terug en gaf hem niet meer af. Na 53 ronden en 1 uur, 16 minuten en 58 seconden kwam hij als eerste over de streep, 5,175 seconden voor Barrichello, met Ralf Schumacher als derde. De eerste Grand Prix-overwinning voor een Colombiaan. Vier dagen later werd hij 26.
Het seizoen eindigde met een tweede plaats in Japan en een zesde plaats in het kampioenschap, met 31 punten. Williams werd derde bij de constructeurs met 80 punten, het eerste jaar met BMW dat écht meetelde. Het jaar erop zou de FW24 komen, en de 1-2 in Brazilië met Ralf voorop — dat model staat ook in mijn vitrine.
Het model is de auto van Monza: nummer 6, in het Compaq-blauw met de witte flanken, Allianz op de motorkap en Montoya's naam op de cockpitrand. Een Minichamps in 1:43, gelimiteerd op 4.896 stuks, in 2020 gekocht voor negen euro. Op de doos staat het precies: 1st GP win, Monza, September 16th, 2001.